





Het is zondagochtend, half acht. Samen met Bram en de baby ben ik in het voedselbos. Uit onze bosrand hebben we takjes, blaadjes en humusrijke bosgrond verzameld, die we nu verspreiden tussen de planten. Alle bessenstruiken krijgen zo’n “bultje bos” mee — een mengsel dat het gras verdringt en de bodem met de tijd verrijkt met schimmels. Het motregent, maar het deert ons niet. Onze kleinste kletst met de kipjes achter het hek en kruipt vrolijk achter ons aan, terwijl wij struikje voor struikje met ons mengsel verrijken.
Opeens is het seizoen omgeslagen. Er gaat geen dag meer voorbij zonder dat we iets in de tuin doen. De kas staat vol ingezaaide, vermeerderde en gestekte plantjes. De geënte fruitbomen — zorgvuldig verpot — staan er veelbelovend bij. Dit jaar probeer ik opnieuw een paar vierkante meter aardbeien in de kas te kweken, in de hoop het seizoen iets te vervroegen. Want ook dat is leven met de natuur: zoeken naar ritme, vertragen, meebewegen. Mijn allerliefste lievelingsfruit (broodje met roomboter en aardbeien — anyone?) koop ik niet meer in de winkel. Aardbeien staan namelijk op nummer 1 in de lijst van de 'dirty dozen': groente en fruit met de meeste bestrijdingsmiddelen. En die wil je niet op je bord.
Dus we wachten. Op de eerste bloei van de aardbeien, op vruchten aan de verschillende honingbessen. Een paar jaar geleden, toen ik Een goede voorouder las en Bram begon met het aanplanten van ons voedselbos, had ik nog weinig gevoel bij wat het écht betekent om te ontwerpen in de tijd.
Inmiddels weet ik wat het betekent: een rijker leven, met minder spullen. Het is telkens opnieuw even stilstaan bij de vraag — kan ik het zelf maken, repareren of composteren? Het is potjes verzamelen voor de oogst die komt. De laatste appelbesjam opeten van vorig jaar, met de geruststellende gedachte dat er over een maand of twee weer verse bessen zijn. Mijn middelste zoon wordt vooral blij van de eerste kleine vers geplukte muntblaadjes van het seizoen. Samen bouwen we aan de nieuwe speeltuin en het voedselbos.
Het is soms hard werken om hier te wonen. Maar het is het beste medicijn voor deze tijd. Een tijd waarin ik het nieuws soms niet meer durf aan te zetten. Waarin boeken als Onze natuur van Peter Wohlleben me niet bepaald optimistisch stemmen. En toch; zodra ik buiten kom, ben ik weer hoopvol. Zie ik dat we gewoon twee mensen zijn, die een paar jaar geleden een stukje maisakker kochten — en dat we nu al leven op land vol biodiversiteit en overvloed.
Mocht je nieuwsgierig zijn, op zaterdag 3 mei openen we de poorten van ons voedselbos tijdens de open dag. En voor wie de natuur écht wil doorleven, zijn er onze zweethutten:
🜃 21 april – mannen
🜂 21 juni – gemengd
🜁 30 augustus – vrouwen
We ontmoeten je graag!
Reactie plaatsen
Reacties